Gemeente Gooise Meren Bestuur

Regeling Doe budget

donderdag 11 juli 2019
Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Type bekendmaking:
Beleidsregels



Regeling Doe budget

De colleges van Burgemeester en Wethouders van Gooise Meren

gelet op artikel 35, lid 1, van de Participatiewet en artikel 108 van de Gemeentewet;

overwegende dat van belang is dat inwoners met een laag inkomen zich door maatschappelijke participatie kunnen ontwikkelen en ontplooien,

b e s l u i t e n:

tot het vaststellen van de regeling Doe budget

Artikel 1. Begrippen

Alle begrippen die in deze regeling worden gebruikt en niet verder worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    aanvrager: inwoner van de gemeente Gooise Meren van 18 jaar en ouder;

  • b.

    ARWI; Adviesraad Werk en Inkomen;

  • c.

    bewijsstukken: bewijs van de zorg voor het kind in co-ouderschap, betaalbewijzen, bankafschriften, nota’s/bonnen van leverancier of dienstverlener met een duidelijke omschrijving van de kosten;

  • d.

    co-ouderschap: een ouder die aantoonbaar minimaal 3 dagen per week de zorg voor het kind heeft; de andere ouder voert geen gezamenlijke huishouding met de ouder die het Doe-budget aanvraagt.

  • e.

    Inlichtingplicht: Zoals bedoeld in artikel 17 van de Participatiewet.

  • f.

    jaar: periode die loopt van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende kalenderjaar;

  • g.

    laag inkomen: maximaal 120 procent van de geldende bijstandsnorm. De kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet wordt daarbij niet toegepast. Inkomsten op grond van de Wet Studiefinanciering 2000 worden niet beschouwd als laag inkomen;

  • h.

    maatschappelijke participatie: het deelnemen aan activiteiten die met school verband houden, sportieve, sociale of culturele activiteiten;

  • i.

    meerderjarig ten laste komend kind: een inwonend kind van 18 tot 21 jaar, dat aanspraak kan maken op de tegemoetkoming scholieren op basis van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;

  • j.

    minimaspecialist; de minimaspecialist is de behandelaar van de aanvraag van het Doe-budget. De minimaspecialist is werkzaam bij de gemeente;

  • k.

    pleegouder; zoals bedoeld in artikel 1 van de Jeugdwet;

  • l.

    RIBW: Regionale Instelling voor Beschermende Woonvormen;

  • m.

    zelfstandige huisvesting: Plaats om te wonen waar aantoonbaar huur, onderhuur of kostgeld wordt betaald aan personen die niet behoren tot verwanten in de eerste graad van de aanvrager;

  • n.

    zelfstandige; zoals beschreven in besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;

  • o.

    zorginstellingen: instellingen voor personen die een geestelijke beperking hebben, slecht zien of die slecht kunnen horen, verzorgings- of verpleeghuizen, gezinsvervangend tehuizen en Regionale Instellingen voor Beschermd Wonen (RIBW’s);

Artikel 2. Doelstelling

Het doel van het Doe-budget is inwoners die een laag inkomen hebben en niet beschikken over vermogen financiële ondersteuning te bieden bij maatschappelijke participatie en te voorkomen dat zij in een sociaal isolement raken.

Artikel 3. Doelgroep

  • 1.

    Het Doe-budget is bedoeld voor alleenstaanden, alleenstaande ouders, gehuwden/samenwonenden zonder kinderen en gehuwden/samenwonenden met kinderen, in de zin van de artikelen 3 en 4 van de Participatiewet van 18 jaar of ouder die:

    • a.

      staan geregistreerd als inwoner van Gooise Meren in de basisregistratie personen en

    • b.

      over zelfstandige huisvesting beschikken en

    • c.

      een laag inkomen heeft van 120% van de bijstandsnorm en

    • d.

      een vermogen hebben onder de grens van het vrij te laten vermogen, zoals bedoeld in artikel 34, lid 3, van de Participatiewet;

  • 2.

    Zelfstandige ondernemers met een laag inkomen behoren tot de doelgroep.

  • 3.

    In uitzondering op de onder lid 1 gestelde voorwaarde van zelfstandige huisvesting is het Doe-budget ook toegankelijk voor inwoners van instellingen, niet zijnde verpleeghuizen.

Artikel 4. De aanvraag en toekenning

  • 1.

    Om voor de regeling in aanmerking te komen moet bij de Uitvoeringsdienst Sociaal Domein schriftelijk of digitaal een aanvraagformulier worden ingediend.

  • 2.

    Aanvrager is verplicht om medewerking te geven en inlichtingen te verstrekken op grond van artikel 17, eerste en tweede lid, van de PW of inzage te verlenen in alle zaken die van belang zijn om het recht te kunnen vaststellen. Aanvrager is verplicht om een kopie van een document te verstekken als bedoeld volgens de inlichtingenplicht in artikel 17, vierde lid, van de Participatiewet. Zowel de aanvrager als het (pleeg)kind moet geldig in Nederland verblijven.

  • 3.

    De persoonlijke situatie, het inkomen over de maand voorafgaand aan de aanvraag en het vermogen op de laatste dag voorafgaand aan maand van aanvraag zijn bepalend voor het recht op en de hoogte van het budget. Dit is niet van toepassing als het voorzienbaar is als er in de resterende periode een wijziging optreedt in het recht op het Doe-budget.

  • 4.

    Het inkomen wordt bij wisselende inkomsten (verschil van minimaal €50,- netto per maand, waarbij een eenmalige betaling van vakantiegeld of individueel keuzebudget buiten beschouwing blijft) vastgesteld aan de hand van het gemiddelde inkomen van drie maanden voorafgaande aan de aanvraag.

  • 5.

    Bij zelfstandige ondernemers wordt voor het vaststellen van het inkomen de meest recente (Niet ouder dan 2 jaar) definitieve aanslag inkomstenbelasting overlegd.

  • 6.

    Om aanspraak te maken op de regeling is het nodig om een keer per jaar een aanvraag in te dienen. Zodra de aanvraag is toegekend, kan de aanvrager gedurende de rest van het jaar declaraties indienen.

Artikel 5. Het budget

  • 1.

    Het Doe-budget wordt (door middel van een beschikking) volledig toegekend voor de duur van maximaal één jaar (ingaand op 1 juli) als de aanvraag voor 1 september van het lopende jaar is ingediend. Daarna wordt het budget naar verhouding toegekend over de volledige nog niet verstreken maanden van het jaar.

  • 2.

    Het budget wordt vastgesteld aan de hand van de gezinssamenstelling en woonsituatie.

  • 3.

    Als er sprake is van co-ouderschap kan maar één aanvrager (of beide ouders samen) één budget voor een kind aanvragen.

  • 4.

    Zodra de aanvraag van het Doe-budget is toegekend kan de aanvrager met het declaratieformulier en de bewijsstukken van de gemaakte kosten declaraties indienen. De kosten moeten betrekking hebben op het doel van het Doe-budget. Het gaat hierin om maatschappelijke participatie.

  • 5.

    Declaraties kunnen worden ingediend vanaf het moment dat de beschikking is afgegeven tot en met één maand na afloop van het Doe-budgetjaar, dus uiterlijk tot en met 31 juli van het lopende jaar.

Artikel 6. Hoogte van het budget

Het college stelt het maximale budget voor het Doe-budget vast. Het maximale budget is (totdat dit wordt aangepast) is met ingang van 1 juli 2019 vastgesteld. Het college heeft de mogelijkheid om het maximale budget elk jaar vòòr 1 juli aan te passen voor het daarop volgende jaar.

Met ingang van 1 juli 2019 zijn de volgende maximale budgetten vastgesteld:

Alleenstaande

€ 292,-

Alleenstaande ouder

€ 395,-

Gehuwden/samenwonenden

€ 525,-

Schoolgaand kind van 18 tot 21 jaar

€ 402,-

Artikel 7. Uitvoering

De uitvoering wordt door het college gemandateerd aan het hoofd van de Uitvoeringsdienst Sociaal Domein.

Artikel 8. Intrekking en terugvordering

Intrekking en terugvordering van het Doe-budget vindt op dezelfde manier plaats als bij (bijzondere) bijstand.

Artikel 9. Situaties waarin deze regeling niet voorziet

Het college kan in bijzondere individuele gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze regeling als deze regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 10. Inwerkingtreding en overgangsrecht

Deze regeling treedt in werking per 1 juli 2019. De beleidsregels Doe-budget 2016 worden per gelijke datum zijn ingetrokken en worden vervangen door de beleidsregels Doe-budget 2019. Aanvragen voor een Doe-budget die uiterlijk op 30 juni 2019 zijn ingediend, worden gelijk aan de tot dan toe bestaande regelgeving afgehandeld. Beschikkingen die zijn afgegeven op grond van de regelgeving van vóór 1 juli 2019 behouden hun geldigheid. Zolang een aanvrager en/of diens gezinslid een lopend Doe-budget op grond van de oude regelgeving heeft, wordt er geen Doe-budget op grond van de nieuwe regeling verstrekt. Dit geldt ook als er een verschil zit tussen de bedragen die vóór 1 juli 2019 zijn toegekend en de bedragen die vanaf 1 juli 2019 gelden.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling Doe-budget 2019’.

Burgemeester en wethouders van Gooise Meren

de secretaris

de burgemeester

TOELICHTING

Aanleiding

Met ingang van 1 juli 2019 is het Doe-budget beschikbaar voor inwoners van Gooise Meren van 18 jaar en ouder. Tegelijkertijd wordt het Kinder- en jeugdbudget binnen Gooise Meren geïntroduceerd. Deze regeling is bedoeld voor kinderen tot 18 jaar. Voorheen konden ouders voor minderjarige kinderen een aanvraag indienen voor het Doe-budget. Het Doe-budget voor kinderen tot 18 jaar heet vanaf 1 juli 2019 het Kinder- en jeugdbudget.

Toelichting per artikel

Alleen de bepalingen die om een nadere toelichting vragen worden hier behandeld. Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze regeling.

Artikel 1 lid d

In de begripsomschrijving komt tot uitdrukking dat de inkomensgrens voor alleenstaande ouders verhoogd wordt met 20% van de bijstandsnorm voor gehuwden, als de alleenstaande ouder geen aanspraak kan maken op de verhoging van het kindgebonden budget. Dit geldt voor alleenstaande ouders van 21 jaar en ouder.

De kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet wordt daarbij niet toegepast.

Artikel 3, sub 1

In deze regeling is het mogelijk dat een pleegouder een aanvraag indient.

Artikel 5, sub 4

De gedeclareerde kosten moeten overeenkomen met het doel van het Doe-budget. Het gaat om maatschappelijke participatie en dit wordt ingedeeld naar de categorieën sociaal, cultureel, sport, school/educatie en open.

Declaraties onder de categorie ‘open’ moeten worden overlegd met de minimaspecialist en akkoord op zijn gegeven. De keuze van besteding wordt geregistreerd.

Artikel 6

Er is voor gekozen om bedragen niet automatische te indexeren. Ervan uitgaande dat de regeling te zijner tijd opnieuw wordt bekeken.